Home » De Overgang » Schaam je niet voor overgangsklachten
Sponsored

Volgens Amerikaans onderzoek heeft zestig tot zeventig procent van de vrouwen in de overgang last van urogenitale atrofie (UGA). Slechts tien tot vijftien procent van hen gaat met deze klachten naar de huisarts.


“Dat is ontzettend jammer”, stelt gynaecoloog dr. Bart van Aken. “Want er is absoluut iets aan te doen. “Het is, net als alle andere overgangsklachten, een reactie van het lichaam op de dalende oestrogeenproductie.”

Urogenitale atrofie

“Als gevolg daarvan kunnen vrouwen tijdens de overgang last krijgen van klachten onder en boven de gordel”, legt Van Aken uit. “Boven de gordel kun je denken aan opvliegers, nachtelijk zweten, slecht slapen, gewrichtspijnen, moeheid, hartkloppingen, psychische veranderingen en figuur- en gewichtsveranderingen.

Pijn bij het vrijen en plas- en blaasklachten zijn prima te behandelen met lokale hormoontherapie

Onder de gordel zijn er ook klachten. Door de afwezigheid van oestrogeen wordt de huid van de vagina, de plasbuis en de blaas droger en dunner. Dat heeft vaak grote gevolgen. Omdat de huid van de vagina veel kwetsbaarder is dan voorheen kan de vagina droog en branderig aanvoelen of kan vrijen pijnlijk worden. Er kan meer afscheiding, jeuk en soms bloedverlies voorkomen. Ook ontstaan makkelijker infecties in de vagina en in de blaas. Vrouwen moeten vaker plassen, ook ’s nachts, en kunnen urine gaan verliezen. Al die klachten vallen onder de noemer urogenitale atrofie.”

Schaamte

Van alle vrouwen die last hebben van UGA gaan maar tien tot vijftien procent naar de huisarts. “Over opvliegers en nachtzweten praat je makkelijker dan over pijn bij het vrijen of blaasklachten. Ik denk dat schaamte een grote rol speelt. Helaas vragen huisartsen vaak niet door als vrouwen wel met overgangsklachten bij hen komen. Daardoor blijven de andere klachten vaak buiten beeld.

Bijkomend probleem is dat als vrouwen er wel zelf over beginnen veel artsen niet weten dat er prima behandelmogelijkheden zijn. Er zijn zelfs artsen die nog altijd denken dat je overgangsklachten maar voor lief moet nemen. Als vrouwen dan niet heel duidelijk stellen behandeld te willen worden of doorverwezen te willen worden naar een gynaecoloog dan komen ze niet van die klachten af.”

Blijvende verandering

Urogenitale klachten verdwijnen meestal niet na de menopauze. “Het is een blijvende verandering van het weefsel”, legt Van Aken uit. “De enige manier om de huid weer te herstellen bij klachten is het regelmatig toedienen van lokale oestrogenen. Deze zorgen ervoor dat de huid en de slijmvliezen weer gedeeltelijk herstellen.”

Hormoontherapieën

Er zijn twee vormen van hormoontherapie: de systemische en de lokale die als crème of tablet in de vagina moet worden aangebracht. “De systemische therapie wordt over het algemeen gebruikt voor klachten boven de gordel maar werkt ook in het urogenitaal gebied. Er wordt gedacht dat de systemische therapie de kans op borstkanker zou verhogen.

Die klachten horen bij de overgang maar je hoeft ze niet voor lief te nemen

Nu is het inderdaad zo dat wanneer je een aantal jaren oestrogeen toedient via pillen, pleisters, gel of spray op de huid er inderdaad sprake is van een licht verhoogd risico. Dat risico is vergelijkbaar met hetzelfde risico dat je loopt als je ongeveer één glas rosé per dag drinkt. En kies je voor lokale hormoonsuppletie, wat mijn voorkeur heeft, dan is er geen verhoogd risico. Dat komt omdat het gaat om een hele lage dosering, omdat je het lokaal aanbrengt en omdat je het maar twee tot drie keer per week hoeft te gebruiken om er baat bij te hebben. Niet voor niets noemt de nieuwe Guideline van de Dutch Menopause Society de lokaal laag gedoseerde hormoontherapie als eerste behandelkeuze voor urogenitale atrofie.”

Blaasontstekingen

Bijkomend voordeel van lokale oestrogenen is dat het blaasontstekingen helpt voorkomen. “Door die dunne en droge huid raakt de blaaswand snel beschadigd en makkelijk geïnfecteerd. Heb je vaak last van blaasontstekingen, dan kan de overgang daarvan de oorzaak zijn. Krijg je van je huisarts steeds antibiotica voorgeschreven dan ben je bezig met symptoombestrijding en pak je het probleem niet aan.”

Feit en fictie

Zelfs al gaat het bij de systemische therapie slechts om een heel licht verhoogd risico dan nog zijn artsen en vrouwen vaak terughoudend met de keuze voor HRT. “Misschien dat Het komt doordat mensen denken dat borstkanker doodsoorzaak nummer één is. De realiteit is echter dat vier procent van de vrouwen sterft aan borstkanker en 25 procent aan hart- en vaatziekten. En laat het nu zo zijn dat oestrogenen voor een deel kan beschermen tegen hart- en vaatziekten. Heb je last van urogenitale klachten? Ga dan naar je huisarts en vraag om een behandeling of om een verwijzing naar een gynaecoloog.”

Bron:

Palacios et al. Update on management of genitourinary syndrome of menopause: A practical guide. Maturitas. 2015;82:308-13

Palma et al. Vaginal atrophy of women in postmenopause. Results from a multicentric observational study: The AGATA study. Maturitas. 2015 in press. Doi: 10.1016/j.maturitas.2015.09.001

Next article